Wisseldrift

Op deze plek bericht Wouter van der Schaaf wekelijks over zijn ervaringen op het veld als clubscheidsrechter bij SDO.

“Scheids!!.... Wissel!” Het is een verzoek dat klinkt als een bevel. Het spel ligt stil. De kreet klinkt over het veld. Ik gebaar de coach dat hij kan gaan wisselen. Vervolgens draven spelers het veld af en op. Het spel kan weer verder.

Bij de wissels is de ene coach de andere niet. Er zijn coaches waar je de klok bij gelijk kan zetten. Precies om de tien, vijftien of twintig minuten sturen zij nieuwe spelers het veld in. Dit zijn coaches van de categorie ‘iedereen moet aan de beurt komen’. Alles in een vast ritme, ongeacht of de wissel een verzwakking van het team betekent. Speeltijd dient bij hen als uitgangspunt. Voetbal is vooral een spel en dat speel je met z´n allen.

Lijnrecht hiertegenover staan de coaches die denken dat zij door hun tactische manoeuvres en strategische wissels de wedstrijd naar hun hand kunnen zetten. Voor hen is de wissel een onderdeel van een groter plan. Vaak zijn deze coaches voorzien van een map met aantekeningen en schetsen. Zij sturen hun spelers het veld op met een ´missie´. Dank zij hun inzichten wordt het team vakkundig omgezet. Maar al te vaak zie ik vooral jonge spelers na zo´n wissel over het veld dwalen, geheel verloren in een alweer een door hun coach bedachte omzetting. Met een averechts effect als gevolg.

Tot het meest bijzondere slag behoren de coaches die een hysterische wisseldrift aan de dag leggen. Om de paar minuten halen zij weer iemand van het veld om een andere speler met een nieuwe taak het veld in te sturen. Dat gebeurt allemaal in hoog tempo. Nauwelijks zijn we weer begonnen of het klinkt weer “Scheids! Wissel!”. Volgens mij worden de spelers helemaal tureluurs van al dat gedoe. Maar het is toegestaan, dus beperk ik mij tot verbazen.

Wouter van der Schaaf