Waterkoud

Half negen in de morgen. Zaterdag. De dag wil maar niet beginnen. Vandaag zullen we de zon niet zien. Een grauwe mistlucht hangt over het veld. Geen weer voor koukleumen. Die draaien zich vanmorgen liever nog een keertje om. Dat is geen optie voor de vaders - en een enkele moeder, hulde! - van de meiden van de 13-1 die ik vanmorgen mag fluiten. Meiden van 13. Zij lijken geen last van de kou te hebben. Intensief ingelopen. Handschoenen aan. En dan er tegenaan.

Hun ouders hebben het zwaarder. Ze staan te bibberen langs de kant terwijl hun meiden zo hard mogelijk rennen. Al was het maar om warm te blijven. Het team krijgt nog een paar laatste instructies van de coach. Daar moeten ze het maar mee doen. De coach heeft altijd gelijk. Zo lang hij wint.

Voor de bezoekende ploeg uit Hoogland was het heel vroeg dag. “We vertrokken bij donker”, zegt de vlaggenist. “Ik vlag graag. Juist op een dag als vandaag”, voegt hij er aan toe. “Dan blijf ik nog een beetje warm bij deze waterkou”.

Voordat ik begin, bekijk ik nog even het groepje ouders langs de lijn. Een is zo aardig koffie te halen in de kantine. Ik ben jaloers dat ik zelf geen koffie heb. Uitgesteld verlangen. Voor mij pas na de wedstrijd.

De wedstrijd heeft een fiks tempo. Ben ik blij mee want zo blijf ik warm. Pas bij valpartijen blijkt dat met deze kou een schurend been op kunstgras twee keer zeerder doet dan bij mooi zonnig weer. Om de kou te verdrijven blijven de ouders niet passief bibberend en kleumend toekijken maar moedigen zij het team fiks aan. Ook een voordeel voor de sfeer op en om het veld.

Na twee keer een half uur is het gedaan. Ik mag affluiten. SDO wint ruim. Met 4-2. Voor de rest van Nederland gaat de dag nu - kwart voor tien - zo’n beetje beginnen. Voor de vroege voetbalvogels, de supporters en scheidsrechter is de klus van vandaag geklaard.

En dan te bedenken dat de echte winter nog moet beginnen.

Wouter van der Schaaf